goed bij kas zijn


goed bij kas zijn 1.0

over voldoende financiële middelen beschikken; veel geld hebben

Algemene voorbeelden


Het verbaasde mij telkens weer dat onze paden elkaar niet eerder hadden gekruist, want hij placht rond te hangen in gelegenheden waar Paul, wanneer hij goed bij kas was, ons destijds herhaaldelijk mee naartoe troonde.

Emmeke, Jan Lampo,